Wachtwoord vergeten?
thuis arrow Lesideeën arrow TOONMOMENT een dichterspodium vol kinderen
TOONMOMENT een dichterspodium vol kinderen PDF 

Een ideeënlijst inspiratie voor een toonmoment met je klas
(doelgroep basisschool en eerste graad secundair onderwijs)


tips voor op het podium
o toon de teksten op een groot scherm achter de kinderen
o zet de kinderen niet moederziel alleen op het podium, maar in een klein groepje waarvan de leden allemaal de tekst uit het hoofd kennen (faalangst en drempelvrees verminder je zo een beetje, want ze kunnen elkaar helpen als iemand de tekst kwijt)
o oefen ook opkomen en weggaan
o laat de kinderen in stilte het podium opkomen, leer hen stilte inlassen na verzen
o let erop dat de kinderen de handeling en het vers zeggen niet gelijktijdig uitvoeren, maar dat ze traag durven zijn
o let erop dat de anderen op het podium rustig en zonder geluid uitbeelden, anders valt de tekst in het niets
o leer de kinderen hun mimiek onder controle te houden als ze niet spreken, zodat alleen de spreker opvalt
o zonder attributen uitbeelden, is sterker
o versterk het beeld door te spelen met kleuren van attributen en kleren van de kinderen, door bewust een goede plek te kiezen voor de kinderen op het podium 
o bij spreekkoren laat je best het gedicht verschillende keren horen, het is moeilijker verstaanbaar dan gewoon voordragen
o geef elk groepje kinderen maar 1 vers of geluid om te maken: wie klapt moet geen vers meer zeggen, wie ‘miauw’ moet zeggen, moet niet meer meeklappen…

foto’s in een pp-presentatie achter de spreker
o kies een detail (woord, gevoel, beweging, landschap,kleur) uit het gedicht en knutsel iets dat daarbij hoort
o maak een foto van het resultaat en sla de foto op in ‘mijn afbeeldingen’
o voeg hem in als achtergrond van een WORD-doc (selecteer opmaak-achtergrond-opvuleffecten-afbeelding-afbeelding kiezen in ‘mijn afbeeldingen’-invoegen)
o typ de tekst erop
o zet de verschillende teksten in een pp en toon ze tijdens het voorlezen op een groot scherm achter het kind

fotomontage
o maak een groep zo groot als het aantal verzen
o laat elk kind per vers een detail kiezen
o maak met eenzelfde knutseltechniek een kunstwerkje over het detail
o maak van elk resultaat een foto
o typ het vers op de foto
o zet de foto’s na elkaar in een pp
o lees het gedicht voor (betekenis van het detail wordt duidelijk als het gedicht gelezen wordt)

foto
o schrijf het gedicht met een wet-erase marker op een spiegel
o fotografeer een close-up van de dichter in de spiegel met de tekst erbij
o print de foto’s zwart-wit af op verschillende formaten
o laat de dichters 1 kleur kiezen en laat ze elk hun kader versieren in een tint van deze kleur
o hang alles willekeurig naast en onder elkaar op

 

tonen in groep
o maak een groep zo groot als het aantal verzen van het gedicht
o laat de kinderen elk een vers kiezen
o kies een manier van stappen (marcheren, sluipen, op tippen lopen, met gebogen benen lopen, joggen…) en een handeling die bij de sfeer van het gedicht past
o laat de kinderen op een rij het podium opkomen op de gekozen manier
o bij zijn of haar vers draait een kind zich naar het publiek (kwartslag), zegt het het vers en doet het de gekozen vereenvoudigde handeling (een golfbal wegslaan, slaap uit zijn ogen wrijven, twee stappen sluipen, klauwen tonen…)
o let erop dat de kinderen de handeling en het vers zeggen niet gelijktijdig doen, maar dat ze traag durven zijn
o als alle verzen gezegd zijn, staan alle kinderen met het gezicht naar het publiek
o ze draaien een kwartslag en lopen af op de gekozen manier

o maak een groep zo groot als het aantal verzen van het gedicht
o laat de kinderen elk een vers kiezen
o verduister de zaal
o geef elk kind een zaklamp
o laat hen het gekozen vers zeggen, terwijl ze de zaklamp onder hun kin houden en zo hun gezicht verlichten

bevroren tafereeltjes
o 3 à 4 kinderen beelden een tafereel uit (stilstaand) dat bij de tekst past
o ze kennen de tekst allemaal uit het hoofd (faalangst en drempelvrees vermijden: ze kunnen elkaar helpen als iemand de tekst kwijt is en staan nooit moederziel alleen op het podium)
o vbn: aan keukentafel, met slaapzakken in een bed, als standbeeld
o kies voor kleding in dezelfde kleur
o kies voor maximum 2 attributen en kies ze in dezelfde kleur (less is more)
o laat de kinderen in stilte het podium opkomen, leer hen stilte inlassen na verzen
o verdeel de verzen over de kinderen of laat één kind per vers een belangrijk of opvallend woord zeggen en een ander de rest van het vers

 

levende tafereeltjes
o 3 à 4 kinderen per tafereel
o kies een handeling, een beweging, een plek die iets te maken heeft met het gedicht
o laat de kinderen de handeling uitbeelden zonder geluid terwijl ze elk een vers zeggen
o let erop dat de kinderen heel duidelijk (luid en traag genoeg) het vers voordragen, zodat duidelijk is dat het geen deel uitmaakt van het tafereeltje
o Let erop dat het tafereel uitbeelden rustig en zonder geluid is, anders valt de tekst in het niets
o Leer de kinderen hun mimiek onder controle te houden als ze niet spreken, zodat alleen de spreker opvalt


o vb: schoolfotograaf neemt foto van 3 kinderen
• 3 kinderen komen giechelend (zonder geluid) op, 1 kind zegt het eerste vers
• fotograaf toont hen hoe te staan, draait zich naar publiek en zegt een volgende vers
• een kind valt, zegt derde vers
• fotograaf klikt en zegt nog een vers
• …
o vb: kinderen vissen eendjes
• badje met eendjes op het podium
• kind vist een eendje eruit
• kind leest op de buik van het eendje het vers en leest het hardop voor
• elk kind vist een eendje en draait het om en leest het vers voor
o vb: varen in een bootje, vliegen als arend, naar tennis kijken vanuit het publiek
o vb: sportmoment tennis: ipv een bal over te slaan, zegt de speler een vers , het publiek op het podium zegt in koor een vers (van links naar rechts kijken), een ballenjongen zegt het slotvers, (zonder attributen uitbeelden, is sterker)
o vb: sportmoment handbal
• vier kinderen in een handbalmatch komen op in sportkleding
• scheidsrechter fluit af en zegt de titel van het gedicht
• spelers geven passen naar elkaar
• wie de bal heeft, stopt, draait zich naar het publiek en zegt een vers van het gedicht
• terwijl een vers gezegd wordt, bevriezen de andere spelers
• scheidsrechter geeft rode kaart en zegt slotvers
o vb: beschreven ballonnen
• geef elk kind een ballon met een woord erop
• laat ze na elkaar opkomen
• in de juiste volgorde zeggen ze hun woord zodat het een vers wordt
• let erop dat de woorden op het juiste ritme en intonatie gezegd worden, zodat de luisteraar toch het gedicht begrijpt
• laat alle ballonnen vliegen op het einde
• versterk het beeld door te spelen met kleuren van de ballonnen en van de truitjes van de kinderen 
o vb: zebrapad
• laat per vers een kind zwarte of witte kleding dragen
• zet ze geschrankt op een rij met aan het hoofd een verkeerslicht
• verkeerslicht is kind in rood en groen
• laat ze op een rij opkomen
• zebrapadkinderen gaan een voor een liggen
• een kind komt aangelopen
• rode licht slaat op groen
• kind loopt het zebrapad op, tussen de zwarte en witte kinderen
• per stap richt een zwart of wit zebrapadkind zich op en zegt een vers

 

luisteren naar gedichten terwijl kinderen uitbeelden
o download het gratis programma AUDACITY
o een goede gebruiksvriendelijke handleiding vind je op seniorennet
o steek een microfoon in de computer en neem de teksten vooraf op
o laat de tekst horen terwijl kinderen geluidloos en in slow motion uitbeelden
o of een voorwerp tonen dat te maken heeft met het gedicht

luisteren naar gedichten terwijl kinderen associaties tonen in kartonnen tekstballonnen
o download het gratis programma AUDACITY
o een goede gebruiksvriendelijke handleiding vind je op seniorennet
o steek een microfoon in de computer en neem de teksten vooraf op
o laat de tekst horen terwijl de kinderen om de beurt een vergrote kartonnen tekstballon met een uitroep of stuk vers tonen (grote tekstballon met ‘oeoe’ bij een vers als ‘een uil in de verte’)
o zet in de tekstballon uitroepen, klanknabootsingen, getekende voorwerpen, geschilderd landschap… iets dat te maken heeft met het vers, maar niet letterlijk het vers uitbeeldt, een associatie van de kinderen erbij (vb: een schaatser bij een vers als ‘bevroren vijvers’)

spreekkoor
o koor op het podium, een kind of de juf is dirigent
o laat groepjes kinderen samen een vers zeggen
o herhaal de verzen van stil naar luid, van traag naar snel, van hoog naar laag
o laat één kind een woord roepen, lachen, rappen...
o zeg het gedicht in canon
o herhaal de verzen verschillende keren

spreekkoor als ondersteuning
o kies stopwoorden en uitroepen voor tussen de verzen
o laat een kind voorlezen
o het spreekkoor onderbreekt telkens met stopwoorden of uitroepen (amai! woehoe, tssstssstsss, jawadde, tjoeketjoeke…) 

ritmesectie en bodydrum
o klap of stamp een herhalend basisritme (klapklap rust klapklap rust)
o scandeer na elk ritme een vers met drie kinderen tegelijk
o herhaal verzen door verschillende groepen van 3 kinderen het vers te laten zeggen
o zet kinderen tegenover elkaar, alsof ze tegen elkaar het vers scanderen
o voeg hier en daar een geluid toe dat drie kinderen samen maken (tsjaktsjakpiep)
o varieer de toegevoegde geluiden door verschillende hoogte, snelheid
o (bij spreekkoren laat je best het gedicht verschillende keren horen, het is moeilijker verstaanbaar dan gewoon voordragen)
o elk groepje van 3 kinderen heeft maar 1 vers of geluid dat het moet maken: wie klapt moet geen vers meer zeggen, wie ‘miauw’ moet zeggen, moet niet meer meeklappen…