Hemingway's Habaneradoor Arno Braet

Soet 2015
18+
emoties

De oude bochel sleurt zijn man met zich mee

In de straten van hun donkerrode stad

slaat de kruk een krater / pas na pas

Vinger vijf pinkt zonder pardon / pets / een traan weg

Traag en houterig dragen okeren rotansavatten z'n voeten voort

De man wordt moe

“Desalniettemin”, denkt hij, “dirk ik mij morgen op,

want donderdag was al altijd opdirkdag – dus ja.”

Verder verliest de man driemaal daags de weg, de tijd, en zijn evenwicht

Struikelt hij over zijn verrompelde vel

en ontmoet zijn gelaat in slow motion de met kraters bezaaide straat / er weergalmt

Een klinkende kreet van een kruk die kordaat zijn ziel uit de kom rukt

Niemand kijkt om / geeneen trekt een gordijn opzij

Een ziel is als een vioolennoot, scherp en zacht en klein en groot en van alles onmiddellijk ontbloot

en vluchtig / vooral / vluchtig

De baritone bochel grijpt, stopt en propt het hart waar het hoort / geen gezaag

Castro kruipt recht, richt zijn kapotte kin, driemaal daags hetzelfde tot het eind en vanaf het begin

De gedachte aan donderdag, Habanera: een ontblote ziel maar vooral een lach

een teruggevonden tred richting de zoete noten, de strofen, de met rum overgoten muntthee

Hier geen woekerwinst, geen verder geërodeerde caldera

Met elke pas houdt zijn bochel hem recht en neemt hem mee

Naar de oude man / naar de zee.