Een hemelse kusdoor febe blancke

Soet 2015
15-17
liefde

Hoe we toen in het gras lagen dat net de hemel was geworden. Het paradijs van onze wereld en niemand wist ervan. Woorden verloren en stilte overmeesterde. Gedachten wisselden en we keken elkaar zo lang mogelijk aan. Verbeten tranen en een opgegeven gevecht. Rode lippen en blozende wangen, kuiltjes in je kin. Lege blikjes en restjes van spaghetti omsingelden onze lichamen, dicht bij elkaar. Vingers verstrengeld in de jouwe. Verliefde blikken in je ogen. De kleine woordjes die je met moeite durfde uit te spreken, zoals: lief, zacht, ik hou van je… Mijn gezucht en jouw twijfelende geweten.  ”Toe nou, zeg het nu maar”, zei ik een beetje ongeduldig. Er ontstond een moment daar in de groene hemel, het paradijs van ons bestaan waar we woorden verloren en stiltes overmeesterden, waar we onze gedachten wisselden en elkaar lang aankeken, daar waar de lege blikjes en de spaghettirestjes onze lichamen dicht blij elkaar brachten. Waar onze vingers in elkaar verstrengelden en jij verliefde blikken in je ogen had. Daar ontstond er een moment waar jij de woorden niet durfde uit te spreken, waar ik zuchtte en jij twijfelde, daar waar ik ongeduldig wachtte tot wanneer je het ging zeggen. Daar ontstond een hemelse kus.