Het blijktdoor Maarten Jochems

Soet 2015
18+
liefde

Het blijkt
dat zelfs de gure wind niet meer weet
hoe waaien nu jij mij het vaarwel poneert,
zij cirkelt rond het ochtendrood in jouw haren,
fladdert jouw tedere schouders voorbij.
Het blijkt dat ook sterren sterven, dat huizen
zwijgzaam kruimelen als bedorven brood,
dat zelfs een Rubens schilfert; enkel jouw vaarwel omwikkelt
de contouren van eeuwigheid.
Niets blijkt nog waar, ik ben geworden:
het middelpunt van een draaikolk, een deining
op de waterbank.
De schaduw kust jouw gezicht.
Wolkjes strelen jouw manen; jouw hand is zeepzacht
nu ik haar aai, omklem. Ik zeg: "Laat mij
de heuvels bewandelen waarop jij bent geboren, laat mij de maan
in jouw ogen doen glinsteren, keer op keer ons boeket herschikken.
Laat mij jouw zondagochtend zijn, en jij mijn weken; enkel zo
zullen de voegen tussen Romeinse muren barsten."
Jij bedankt te zijn geweest mijn dromen door jouw
duim over de knokkels van mijn nederige hand
te paraderen. Een eerbetoon dat kersenbloesem op
mijn wangen tovert, ik tracht jouw lippen te doen dansen maar het
medelijden van jouw mondhoeken doet mij terugdeinzen.
Ik zeg: "Zijn wij niet een kinderlijke lach, de adem die pelikanen
over stille wateren doet vliegen? Zeg mij, toe, de schoonheid
van jouw jaren. Zo zal ik jouw hiëroglyfen ontrafelen en
zal ik vloeiend spreken de taal van Oud Egypte
en het gefluister van jouw grasland aanhoren. Zeg mij, toe,
jouw protest tegen het sterrengewelf en 
de stilte van jouw epiloog. Zo zullen wij nooit nog twee zijn." 
Jij laat mijn hand los, zegt niets,
zit zes minuten en acht-en-dertig seconden
in verdoofde stilte op de stoepstenen. De bus komt en 
geen seconde gun jij de cavernen van mijn geluk
de blik van een onbepaald tot ziens.

Ik ben alle enigma's moegestreden, ik ben de leegte die de wind
in haar warmte verbergt wanneer zij op een avond in juli
door de open ramen sluipt.