Kaleiadoor Pieter-Jan Van Camp

Soet 2015
18+
dromen

 

Spelend met mijn pen zit ik verveeld aan mijn bureau ,

En voor mij ligt een vel papier, onaangeroerd, blanco.

’t Is wachten tot  Kaleia, de muze in mijn hoofd,

Mij inspiratie influistert, zoals ze heeft beloofd.

Die belofte deed ze al een hele tijd geleden,

Maar ondertussen heeft ze haar tijd, aan heel wat anders besteden;

 

Ik zei haar ooit, is ‘t  zoveel gevraagd om mij te inspireren,

In plaats van de binnenkant van mijn schedelpan te willen decoreren.

Waarop ze zei, nou jongeman, ik loop de muren op,

Van die slordige jongenskamer hierboven in je kop.

 

Sindsdien woont ze in mijn hoofd, dat is gepromoveerd,

Tot een kitscherig  salon waar thee wordt geserveerd.

Ondertussen  roddelt Kaleia er vrolijk op los

En zijn mijn oude eigen gedachten, verdreven in chaos.

 

Vaak loopt ze te snuisteren, vanachter in mijn brein,

Tussen mijn herinneringen, alsof ze van haar zijn.

Dan heeft ze commentaar op dingen uit een ver verleden,

Of begint ze plots te lachen om een of andere reden.

 

En toch heel soms, zoals vandaag, dan neem ik weer een pen,

En hoop dan dat ze mij iets zegt, waar ik eens iets mee ben.

Dan lacht ze eens en zegt mij dan, wees nou toch eens tevree.

Wie heeft nu wat aan poëzie, kijk toch gewoon TV.

 

Mijn pen ligt neer, het blad is weg, ik heb het opgegeven,

 

Met Kaleia in mijn hoofd krijg ik nooit meer iets geschreven!