Twee vrouwendoor Emily Janssens

Soet 2015
18+
liefde

I

In het midden van de kamer
kom ik langs
een vreemdeling wiens glimlach een dodental heeft

Onbegrepen gebaren
leiden tot een voorstelling
die ik zal betreuren

Ze hield 
een foto omhoog
Ze lachte

Mijn lippen raakten de hare
- excuseer me, dat had ik niet moeten doen
Ze rende

II

Ik weet niet echt 
of deze gevoelens echt zijn
Maar jij bent echt
- stralend, oh
- lachend
jouw gezicht
subtiel zichzelf volgend onder mijn oogleden

Enkel op het decrescendo van mijn tweede lach
geloofde je mij
Ja? Ja? JA?
Moet ik het spellen?
L-I-E-F-D-E
is de tattoo op onze tong
LIEFDE
is het huwelijk dat onze harten sloten

III

Onder deze lakens
bloeit onze affectie

Ik slaap naast haar
vannacht
voor de eerste keer

In het midden van bewusteloosheid
rusten
haar vingers op mijn heup
haar gezicht in mijn nek
haar adem
het zoete wiegelied
uit haar longen leidend

Ik ben slapeloos
niet in staat te ademen

IV

Zonlicht ontwaakt ons
met stralen
die zo kunstmatig lijken
Deze ochtend is gewoon
te, TE licht
- misschien was het gisternacht gewoon te donker -

Jij en ik
twee stappen buiten bereik
wang tegen zachte wang
onze lippen raakten
bewegen synchroon
lieve tongen
spreken niet, alsjeblieft
maar laat de kleinste kreunen
jouw lippen ontsnappen
Oh, fragiele muziek te hoog
voor ieder oor dan de mijne
Jij
jij krimpend over mijn lichaam
een spin verlost van zijn web
Jij
jij verward onder de lakens
met mij

V

Hou me dichtbij
gesuste stemmen
betreden de ochtend, stappen lichtjes
Zacht, zo'n zachte simpele lachjes
de tweede lach
wankelt
langzaam, als
ik merk dat
jij
je 
wegtrekt
van
mij

Mij...

Oh, 
natuurlijk is het mij

VI

Ik ben gecrasht

Een seconde, staat zij daar
in rood gebaad
als een stopteken in de hoogte
lachend

Vrouw in het wit
Is het zonsopgang?
Nee, juist lichten gepasseerd

Ik zie haar terug rood worden
Kom terug
Valse lachjes, valse zon

Ik ben gecrasht

Ik lig
in mentale duisternis

Hallo, hospitaalhoofd
groet mij
Niets anders dan shit in mijn hoofd
toch gelooft niemand dat ik dood ben

Mijn hart
druipt als olie
van mijn vingers
op de vloer
bezaaid met duizend cassettes
wiens ingewanden naar buiten komen
op het tapijt
zoals kleuren rennen wanneer ze zijn ontmoedigd

(ik merk het niet, mijn walkman is op herhalen gezet)

"Ahh!
God,
deze verdomde dingen
gaan altijd kapot."