Klaprosistandoor Pieter-Jan De Sutter

seizoen 2012-2013
12-14
bitter

Klaprosistan



Alle graven hebben we er geopend
Raven raasden dan door ogen en oren.
We zagen de nacht poorten sluiten
terwijl het gif ons bleef besluipen.



De klaproos vouwde haar binnenweg open
en onthulde spiegelzalen van buitenzinnig gefluister.
Vermomde vrienden zongen in een dode taal,
dartelende woorden, voorzichtig van wederkeren sprekend.



Toch beklommen we de wenteltrap
dwongen onze moede voeten naar de kelk toe
langs vale slagaders, omarmt door zacht gedonder
en flakkerende waanzin, vierhonderd voet boven springtij.



Om uit te komen op een bloedend balkon.
Met de klauwen van de kou in onze gelaten
overzagen we niets en niets zag ons
zoeken huiveren verkillen met half gestelpte wonden.



Maar alleen ik schrok van de stilte:
een blik die koppig blijft staren
naar het smeulend verdriet van niet begane paden
en het lichtgrijs van vergruisd verlangen: Liefste,
gestriemd mens, maak gaten in mijn hemeldak
en laat sterrenlicht dit compleet verklote Klaprosistan
openrijten zoals ooit de keerploeg met het veld maandag deed.