Vergeten dat je er ooit nog zal zijn.door Arno Versmesse

Soet 2015
18+
emoties

Alleen zittend aan de gedekte tafel voor twee,
wetende dat jij niet zal komen.
Ik schenk je glas in, mijn hand liggende op de plek van de jouwe.
Enkel een koude tafel, geen schim van jou te bespeuren.
De wekker gaat, de kamer gevuld met de geur van mijn zelfbereide eten.
De dampen verspreiden zich, snel.

Ik sta op, pak de pannenlappen en zet de hete pan op tafel.
Roerend door het eten, denk ik aan hoe je me zou complimenteren.
Mijn gedachten dwalen af naar je naakte, volmaakte lichaam.
Hoe ik je zou aanraken wanneer je jezelf zou ontdoen van je kleren
en hoe ik je zou beminnen tijdens onze vrijpartij.
Ik zou in je ogen kijken, en zeggen dat ik van je houd.
Kippenvel zou zich verspreiden over mijn gehele lichaam en de lach op mijn gezicht zou niet verdwijnen.

Ontwaakt uit mijn gedachtenswitch, schep ik ook eten op jouw bord.
Wachtend tot je ook zou plaatsnemen. Een lege, koude stoel en ik.
Ik zeg: 'Eerst blazen, het is nog warm.'.
Geen antwoord, het logische gevolg van alleen te zijn.
Toch voel ik je aanwezigheid. Ik kan niet beschrijven hoe, maar je bent er.

De telefoon gaat. Schuif mijn stoel naar achteren en pak op.
Geen stem, enkel doodse stilte aan de andere kant van de lijn.
Ik leg af en wandel terug naar de tafel.
De kilte van de ruimte heeft mijn stoel onaangenaam koud gemaakt wanneer ik terug wil plaatsnemen.
Ik vraag je: 'Heb je niet te koud? Moet ik de verwarming opzetten?'.
Weer die stilte, vergeten dat je nooit meer komen zal.
Levend in hopeloze hoop. Een traan neemt plaats in de hoek van mijn oog.
De zakdoek die zich bevindt in mijn rechter broekzak, komt tevoorschijn.
Ik meet de grootte van mijn verdriet, een weergaloos brede verzameling van woorden komt in me op.
Probeer dat maar, beschrijf je eigen gevoelens maar eens. Enkele woorden kloppen,
geen enkele beschrijft wat je echt voelt. Ook bij mij niet.

Een koude rilling streelt over mijn rug. Ik draai mijn hoofd naar achteren, hopend jou te zien.
Teleurstelling, nogmaals. Toch voelde ik precies je hand, daar ... op mijn schouder
Alsof je zei dat ik niet droevig hoefde te zijn en dat alles wel goed zou komen.
De gedachte aan dit, stelt me gerust. Of toch bijna want elke vorm van mijn aanwezigheid zonder de jouwe is niets.
Niets als in niks. Als in verdwenen. Als in het verleden.

Het eten, ondertussen al koud, smaakt me niet.
Hoe graag ik zou vragen wat jij er van vindt, onbeschrijfbaar.
Jouw bord ook nog vol, en wanneer ik dit vaststel neemt een gevoel van frustratie mijn lichaam over.
Mijn hand vormt zich tot een vuist. Deze raakt de tafel met een enorme kracht.
Het glas gevuld met water, valt om. Voor deze ene keer kan het me niets schelen.
Opeens valt het op dat ik mezelf zielig begin te vinden.
Alsof je kijkt in de spiegel en spontaan begint te lachen.
Ik probeer mezelf te beheersen maar begin te roepen. Op niets, op mezelf.

Ik besluit om naar bed te gaan, proberen om te slapen. Of rusten.
Piekerend naar boven staren, naar het plafond. Mijn plafond waar ik vaak met jou naar keek.
Weer spring je in mijn hoofd. Makkelijk te verklaren als me opeens opvalt dat mijn hand op jouw plek ligt.
Maar dan zonder jou. 'Ik mis je.', fluister ik zachtjes. De woorden verdwijnen in de kamer en wanneer ik me naar jouw plek draai
en opeens je geur vaststel, word ik overmeesterd door ons verleden.
Een flashback naar vroeger, snel voorbij flitsend. Te snel.
Ergens word ik plots overmeesterd door een geruststellend gevoel, ik was dicht bij je.

Mijn ogen sluiten zich en ik zeg je naam. Vol liefde.
'Slaapwel!', roep ik. Hopend op dat jij het ook horen zou.
Vergeten dat ik je nooit meer beminnen zal,
doet me verdoofd in slaap vallen.
Vergeten dat je er ooit nog zal zijn, alleen ik zonder jou.