Groeitdoor Dorien Couton

Soet 2016
18+
dromen

I

 

Het is vreemd, vertel ik een vogel

terwijl hij niets van kruimels weet. Ik 

ben op zoek naar oude inkt

 

en een verenvacht, slaap

liever met het licht vannacht. In

mijn droom bollen zeilen 

 

op. Stap ik niet meer door

het ijs en hangen poppen op de trap.

 

 

II

 

Het is vreemd: zoals ik vroeger 

bang van onweer was en nu wacht

op de troost van geflits. Hoe gerommel

 

van groeipijn mij vergeten is. Ik vind

de vlinder en wacht tot hij de zon

voor mij zoekt. Mijn ogen zijn heel

 

maar de kunst van staren

moet jij mij leren. Groen is het doel.

 

 

III 

 

Is het vreemd dat twijgjes krassen 

laten op mijn kille keel? Dat zijn warmte 

de middaglijn van dit verklapte lijf is?

 

Hoop glinstert in de kast 

vol opgezette sprookjes. De feeën

zijn vertrokken maar ik

 

mis ze niet: ik ben gegroeid en heb 

 

genoeg aan dit echtemensenverdriet.