charondoor Robin Hutse

Soet 2016
18+
bitter

de portier 

groet en noemt 

en pint mij aldus vast, zoals een vlinder op kurk

hij is een morbide verzamelaar

 

dit is een begin.

dit is een zich krommende ruggengraat 

een schrapende buffel, een scheervlucht

 

ik lepelde mijn ogen uit, hield ze in mijn handen

en scheurde mijn mondhoeken om te zeggen wat ik 

anders niet kan zeggen

toen heeft men mij leren kennen, bemonsterd - 

 

mij kieuwen aangemeten 

en naar huis gezonden. 

als vissen leven we in elkaars urine, bloed, speeksel. 

er zit niets anders op. 

 

de portier weet dit

na twaalven trekt hij zich terug, om te kijken -

naar hoe ik haar klauwmond ontmantel, 

het in kaart brengen van haar huid.

 

dus groet de portier mij, 

omdat hij het weet en als ik weg ben 

zal hij iemand bellen, informeren.

zo zal het gekend zijn

 

 

zo vangt hij aan.