Wanneer ben ik eindelijkdoor Lies Jo Vandenhende

Soet 2016
18+
bitter
 
Ik bofte als zij er was
bij het ontbijt we aten
gepofte granen met honingsmaak
Zij praatte ik dronk de melk
nooit helemaal omdat ze intussen
te zoet geworden was
 
Het korrelde zwart om haar ogen
en het roken deed haar lippen leeglopen
Ze leken steeds meer te wijken
voor de huid van abrikozen
overrijpe
 
Ik wou heen waar zij was
en tijdens het wachten
stopte ik
stopte ik mijn kleine voetjes
in haar hoge hakken
die ze niet meer draagt
sinds in de omhelzing
mijn kin op haar kruin rust
 
Tussen meisjes en moeders
heerst een vage jaloezie
de één wil jong
de ander alles
alles nu al zien
alles nu al zijn
 
Groot genoeg voor lippenstift nu
praat de spiegel soms met haar mond
en weet ik niet zeker
of ik blij
of ik blijf
bij wat ik hier vond.