April /vooravond in de staddoor Dries Ver Elst

Soet 2017
18+
gemis

Een begin, een herbegin, gevoelens van voortgang en terugkeer, één en hetzelfde. Ik zie alles klaar, ook nu weer in dat rare contrastrijke kleurenpalet, te ver gedraaid aan het wieltje, net als een heilig kind en zijn eerste zonnestraal.
Nieuwe gedachten, kalmte van acceptatie, of hebben ze altijd al deel van me uitgemaakt?

Een afspraak, ze zegt me niets, maar voelt veelbetekenend. Hoeveel nu ook weer? Soms te oud, soms te jong, meestal net genoeg.

Een tijd als heremiet, korsten van Aarde op mijn wangen, aan de zijkant van mijn neus. Opnieuw eigenlijk. Misschien gewoon altijd al, enkel onderbroken door korte periodes met de gedachte een plek gevonden te hebben, ergens thuis te zijn. Vliedend, een leren, gevoel van vooruitgang en intensiteit van leven, de bereidheid alles op te geven voor een mens, plaats, object. Projecties van, op, naast.

Alsof ieder van die momenten samenkomen, één en hetzelfde moment zijn. De bloem ontluikt. Gisterenavond is de lente begonnen, tussen acht en half negen. Een doorbraak blijkt telkens een terugkeer, telkens iets duidelijker, met wat meer bagage, letterlijk zelfs, terugkerend van wat verder.

Ook nu weer was ik kluizenaar uit afkeer. Doet me vluchten, neemt de gevoelens weg, geeft enkel de zachte eenzaamheid terug.
Lange reizen enkel om terug te keren, inzichten die vaak niet komen van de verre inspiratie maar van de gekende omgeving bekeken door ogen die gewoon geraakt zijn aan een beter leven, een neus die die geur oppikt, wacht eens, exact die geur, wanneer ook al weer, o ja, een nieuwe start. Kalmte, de wereld is mijn projectie. Die mensen, geen afkeer van iets anders, afkeer van mezelf. Mijn wereld is de projectie, mijn projectie ben ik, de wereld is mijn, de wereld is ik, de werelds projectie is de wereld.

De wereld is.

Waarom geen tijd nemen? Daar is niets onbeschofts aan. Cyclus na cyclus. Als je maar alsjeblieft en danku zegt.

Het is kwart na acht, omdat dat zo in me zit. De gebouwen zijn hard, ik kan ze zacht maken. Ze zijn zachter nu, de muren zijn mooier als ik ze wat afrond. Geef jij water aan de boom? Of laat je hem zelf zijn water halen? In iedere wortel, ieder plantje, ieder zaadje, zit het geheim verborgen, je moet gewoon de tijd nemen. Nee, helemaal niets onbeschofts aan. Hier, krijg je er wat van mij, alsjeblieft, danku, alsjeblijft, graag.

Een goeie god omvat het goed en het kwade. Projecties. Hermann vindt Abraxas, ik vind een courgette, een hond en een tuin in Tielt, en misschien nu zelfs een stad. Zou ik de stad kunnen vinden? Ik word kluizenaar door aanvaarding, dat wordt het. Kluizenaar door aanvaarding, die de stad kan vinden, ja zelfs Dolly's discipelen kan ik vinden. Moet ik kunnen. Niet proberen een ander zijn leven te leven, wel dat van mij te communiceren, naar hen, naar iedereen. Misschien zelfs niet door te spreken. Wie spreekt leert niet. Maar wel door te aanvaarden, niet door buiten te sluiten.

 

Terwijl ik dit schrijf zwelt mijn hoofd op, mijn romp wordt smal, benen verdwijnen. De letter i, met puntje, dat ben ik. Helemaal niet onbeschoft, alsjeblieft, danku.