Schipbreuk mijn kapiteindoor Veerle Claes

Soet 2017
18+
bitter

Nu ik hier lig tikken stille dagen voorbij.

Aangespoelt op woeste kust, mijn gevoelens

dooradert van littekens en zilt zeewater

dat zonder vragen mijn wondes likt.

 

Barricadeer mijn kajuit.

Prinses, psycholoog, goede fee of zeerover

niemand komt nog nabij dit gebroken

hart van mij. Scherven zijn reeds

plafondhoog gestapeld, beschreven met

wie ik ooit was, vroeger wilde, maar

nooit meer zal zijn.

 

Er is genoeg gevochten, verzocht, om die

schoonheid binnenin. Bloemen bloeien niet

op zoute klippen. Nu ben ik schipbreukeling

met twee houten benen, op vrije voeten

met de dood op mijn hielen is geen

haven meer veilig voor mij.

 

Onder mijn wrakhouten huid huizen

herinneringen, zwarter dan de octopus

die mij dagelijks omklemt, bruut

gespalkte hoop en adem remt.

Tot alles duizeld en ik me toch weer

met alle kracht der zeemansbenen

naar buiten vecht.

 

Doorheen talloze nachtmerries en

flashbacks heb ik genavigeerd. Woeste zee

met bliksemflitsen van aanspanning, donderende

angsten en gedachten getrotseerd.

Maar mijn reis is ten einde, het kompas

duidt moegedraaid geen richting

Noorden of weg naar huis meer.

 

Zoals het een kapitein gehoort, ga ik als

laatste van boord. Bid om genade voor

al wie meevaarde. En laat me door de

volgende vloedgolf verzwelgen. Tot in

diepzee, zinkend naar de zeebodem,

de armen van onze Aarde.

 

Geen gelukkig einde, zoals kinderen het zouden

moeten leren kennen, bij Haak en Peter Pan. Volwassen

neem ik nu als troost wat elfenstof en uitzicht op

zinnespelend Nooitgedachteland met me mee.

 

En gelijk besef ik: deze strijd was eindeloos

oneerlijk en zinloos, als met lekkende emmers

water dragen naar de zee.

 

Voor allen rondom me, mijn familie en vrienden in het bijzonder.

Die me steunen in dit ziekteproces.