Stille waters en schokgolvendoor Veerle Claes

Soet 2017
18+
verdriet

Het zijn meestal stille waters

die ik ween. Doch beeft en breekt het

onder mijn gewelven. Mijn ribben, hoofd

en hart zinderen als bij een naschok van

acht op de Schaal van Richter.

 

Ach, wat weet jij daar ook van, hoe

zwarte gaten uit mijn verleden zich

in onontkoombare wurggrepen om mijn

nek ringen, zich als aardplaten uit elkaar

stuwen, me in richtingen sturen,

dodemanskloven openen, waar ik

niet meer wens te gaan.

 

Omdat ik weet wat me in deze lugubere

oorden opwacht, en ik ervoor klaar ben,

dat ik op mijn eigen tijd en manier sterven mag.

 

De ongeduldige toekomstblik, oriëntatie om te ontdekken,

wat ik eens met orkaankracht had, ligt compleet

verloren. De koplamp van een mijnwerker

temidden van noodsituaties vergeten.

Een zwak licht, maar niet te miskennen:

aan, uit, aan, uit, aan, uit. Uit.

 

Grootvader vertelde ooit dat mijngas komt,

als windstilte zich legt, het licht dooft.

Kort voor een nieuwe ontploffing, die allen om mij

scrapnels scherp treft, bid ik - ga alsjeblieft uit de weg -

Niemand weet hoe men zulke wondes hecht, ons lijden dicht.

 

Blijf uit mijn buurt, zeg ik je - daarom nogmaals -

het benodigt geen fluostift om het goede van

mijn leven aan te strijken. Dat herinneren lukt

me heus nog wel. Ook al kleef ik daarbij mijn ribben

puzzelstukken verkeerd, naai mijn hart omgekeerd,

verstevig de vestigingen in mijn hoofd met brokkelende

poedersuikerstenen (een droomkasteel, weet je),

en dicht het resterende oog van de teddybeer die sinds

mijn geboorte als trouwe compagnion fungeert.

 

Ik weet en wacht. Alleen en omarmingsloos,

tot alles zich in schokgolven herhaalt.

Een katastrofe waarbij ik je - een laatste keer -

luidkeels aanmaan om te gaan.

 

Want ik ken de onvoorstelbare verwoesting

die komt. Jou daarin verliezen zou zijn eigen

woeste getijden creëren, die ik niet bevaren kan,

zou me in een knielen drukken

- dat is wat echte liefde doet -

voor de laatste genadeslag.

 

Voor allen rondom me, mijn familie en vrienden in het bijzonder.

Die me steunen in dit ziekteproces.