zondagochtendendoor Kristien Spooren

Soet 2017
18+
liefde

ze hadden ruzie, de vrouw en de man.

ze vlogen elkaar in de haren omdat de man de vrouw niet had gezegd dat zij

voor hem geen ronde, maar een langwerpige rozijnenkoek van de bakker moest

meenemen en zij daarop met haar ogen had gerold en hij was gaan roepen en had

gevonden dat ze dat intussen uit zichzelf wel mocht weten.

 

de bakker had alleen croissants. onzin! dacht hij.

 

dus was ze twee straten verder gefietst, de bomen voorbij, de huizen,

het postkantoor, de tramhalte, de katten op de vensterbank, de bloemen

in de potten die ooit wapens waren, lang geleden, op oudejaarsavond.

 

haar gedachten waren ganzen die naar de zomer vlogen. 

en het lichaam dat ze was, aan de toonbank van de Turkse bakker, 

bestelde uit eigen beweging. haar vingers wezen rimpels in de zoete tarwelucht.

 

hij wachtte en keek haar knarsetandend aan.

 

ze spuwden woorden naar elkaar (en hij rozijnen). 

ze zaaiden giftige letters in het leven dat met stoffer en blik niet schoon te maken was.

de man en de vrouw bleven drie halve uren boos. toen hadden ze er genoeg van.

 

we zijn broodnodig, zeiden ze. en ze vlogen elkaar om de nek.