Diefstal n° 5door Thomas Goyvaerts

Soet 2017
18+
liefde

Ik verkruimel in de wasplaats na je onverwachte einde

het oordeel in je blik, de verre kusten in je mond

je zegt, ik loop nog met je mee, ik knik

we waren knuffelwild, je schoot me telkens aan

De cadans van raken en rauw gescheur, nu moeten we

ons verleden overleven, ik krijg geen adem meer van jou

Op de televisie bewijzen prachtige figuren hoe een –

ze zijn waarschijnlijk nooit onzeker

– hoe een dag gevuld kan zijn met suiker, honing, alles zoet

Je breekt onder mijn lampen, mijn moeiteloos gestraal

en of je nog wil douchen, of boodschappen schrijven, of twijfelen of blijven

in mijn hoofd is er geen plaats voor drie van je letters

Hier zijn we dan, toon je, ik knik vanbuiten uit het hoofd

de gang, de hal, de voor altijd verwoestende voordeur

maar als je gaat, vraag ik, je draait je om

en smoort mijn omgekeerde vlucht en neemt

mijn hand, ik weet nog hoe ik denk, die krijg ik niet meer terug