De busdoor Marie Bavin

Soet 2017
12-14
gemis

Ze wacht op de bus.

Ze weet naar waar hij rijdt.

Maar kent haar bestemming niet.

 

Ze is vijf minuten te vroeg.

Liever te vroeg

dan te laat,

heeft ze

veel te vaak

aan den lijve

moeten ondervinden

telkens wanneer ze

de trein

op een duimbreedte

miste.

 

De vijf minuten zijn voorbij.

Ze diept onverstoord

in haar zak.

Wie zou haar ook storen?

Ze is zoals altijd

alleen

en op dit uur is er niemand aan de halte.

Het laat haar

koud.

 

De bus is vijf minuten te laat.

Ze wrijft in haar handen.

Al lang niet meer uit euforie.

 

De bus is tien minuten te laat.

Haar gsm piept.

De batterij is leeg, weet ze.

Zoals zo veel,

geeft het niet.

Ze kan niet bedenken

wie haar zou willen bereiken

en weet zelf ook niet

wie ze zou bellen.

Batterij opladen,

voegt ze in gedachten toe aan haar to do-lijstje.

Scheef glimlachend

overweegt ze om het te skippen.

 

De bus is een kwartier te laat.

Haar hand glijdt

haast automatisch

in haar handtas.

Haar vingers zoeken

een vertrouwd pakje

dat ze niet zullen vinden.

Ze glimlacht scheefjes.

 

Haar glimlach,

haar scheve glimlachje

waarvan een mislukte casanova

ooit beweerde

dat hij sneeuw kan doen

ontdooien.

Maar waarvoor

niemand

ooit gesmolten is.

                                                                                                                                                         Haar vingers weten nog niet

dat ze gestopt is.

Ze mag trots op zichzelf zijn,

wéét ze.

 

De bus is twintig minuten te laat.

Ze wrijft nog maar eens in haar handen

in een verwoede poging

om het een beetje warm te krijgen.

“Verwoede pogingen,”

verzucht ze stilletjes,

“mijn specialiteit.”

 

De bus is vijfentwintig minuten te laat.

Ze verwijt zichzelf

dat ze haar handschoenen, muts en sjaal

vergeten is

in een eeuwige

impulsieve,

chaotische

nonchalance.

Het doet pijn

om adem te halen.

Maar ze kan er

niet zomaar mee stoppen.

Een beetje zoals

het leven,

denkt ze er

spontaan bij.

                                                                                                             

                                                                                                                                                                               Om de ijzige,

tergend traag voorbijgaande

halve minuut,

kijkt ze op haar horloge,

terwijl ze haar gedachten

de vrije loop laat.

 

                                                                                                                             Tegen dat de bus exact een half uur te laat is,

is ze ervan overtuigd dat hij

toch nooit zal komen.

En even,

heel even,

maar bloedserieus,

vreest ze hetzelfde voor

de trein

waarop ze al

haar leven lang

wacht.