vluchtdoor Charlene Winne

seizoen 2012-2013
18+
gemis

1


ik sta in het dal naar de bergtop te kijken

naar de denappels die op de grond luisteren
wanneer ze in iemands handen zullen vallen

en het vuur in de chalet hoog doen oplaaien.

 

ik denk aan mijn vader

ik denk hoe het zou zijn als hij hier was.

 

de bomen nemen me bij de hand

en gaan mee de bergpas op. mijn ogen

worden dun van het uitzicht en ik kijk

naar alle traagheid buiten mezelf om.

 

ik kan overal naartoe gaan ik kan

bijvoorbeeld opgaan in de lucht om

dan als regen te vallen in dit gedicht.

 

2

 

af en toe wandelt er een dorpje voorbij

hij kijkt over mijn schouder op de stafkaart

welke uitwegen we nog kunnen nemen.

’s nachts onder het tentzeil luister ik naar

 

de hagedissen die hun staart tegen het
donker slaan. de maat holt me voorbij

ik ben als aanwezig op een concert waarvan

ik de teksten in een andere taal meezing.

 

zo kan ik overal liggen:
in een ander land of thuis misschien,

ik leg mijn hand nog eens op het voorhoofd

van mijn vader, zijn ademhaling klinkt als dooi.

 

3

 

het dauwige ochtendlicht graast met de koeien

in de weilanden. de uren zijn onvindbaar en

plots ruik ik het water, de futen liggen loom

als wegwijzers langs de graskanten te staren

 

hoe het meer na een nacht vol regen windstil

ligt te wachten op een voorval, een richting,

iemand die binnen gehoorsafstand komt. de

wandelaars nemen hun reisgidsen, vouwen

 

de picknickdekens dicht en zetten de kinderen

op hun schouders. niemand onthoudt de

kleur van de schemer of vraagt zich af of hij

de reis in zijn eentje opnieuw wil beginnen.