Hangen aan de dakendoor Karolien Segers

Soet 2017
18+
liefde

Ik wil hangen aan de daken, kapstokken met mijn armen vormen.

Je jas om mijn schouders.

Ik wil rokjes laten zwieren om

mijn benen heen. De plooien laten vallen en nooit meer gladstrijken, mezelf op glad ijs begeven en voor een keer over één nacht ijs gaan.

Ik wil rennen, vliegen, duiken, vallen en weer opstaan.

 

Opstaan

En broeken van de grond nemen, ze weer in de lucht gooien, laten vallen

En figuren inzien tot jij

Ze weer van de grond raapt en ze al kontzwierend om je benen doet.

 

Je zegt dat ik al vallend dans. Dat jouw dansen meer als vallen is en

Of we daarom niet vaker met de deur in huis kunnen vallen.

Dat er achterdeurtjes zijn waar jij alleen het bestaan van weet.

 

Ik heb ramen op kieren laten staan, deuren wagenwijd opengezet.

Maar een achterdeur heb ik niet.

Er is een schoorsteen.

Die wacht op witte rook-

Gordijnen waar wel zeven katten in hangen,

In vliegen als de hond passeert.

 

Ik zeg hem dat er een vogel in huis is,

Die nog niet is gaan vliegen.

Dat hij vandaag de hoofdvogel kan schieten als hij zijn broek nog eens op de grond laat vallen

En dat ik hem dan op mijn rokken zal laten jagen.

Dat wij dan zullen rennen, vliegen, duiken, vallen en weer opstaan.

 

En weer opstaan.