Vloeibaardoor Eline Crols

Soet 2017
18+
emoties

Terwijl wij elkaar ingekapseld in heet badwater beloven dat

ons verschrompeld verlangen onder dit oppervlak

telkens opnieuw wordt geboren,

strandt langs de Vlaamse vloedlijn een walviswijfje.

Ze strekt zich uit als een fata morgana,

weerspiegelt hoe week wij zijn wanneer we vervellen

als kreeften

het oude schild achter ons laten.

Ze leerde het water haar nodig te hebben,

tast haar vel af op zoek naar de pijnplek

wild vlees op een dreunende wonde na de doortocht van de vishaak.

De rest van haar leven zal ze tegen het littekenweefsel aankijken.

 

Wanneer het tij keert, wordt zij opnieuw meegezogen

in een golvende herinnering. Olietankers aan de horizon,

hoe we zeeslag speelden aan de rand van het zwembad,

elkaar verloren bij het treffen van het vliegdekschip.

Nazomerochtend in Oostende.

We zochten parels in tapijtschelpen,

vergisten ons wanneer we in de ruis op ons hart de zee meenden te horen.

Bij valavond vonden we happende vissen langs de kustlijn.

Hun kloppende kieuwen in de tanende septemberzon

leerden ons kwetsbaar  zijn.

De mazen van het net slechts uitstelgedrag voor wat

onontkoombaar.

 

Op een dag zal ons hoofd niet meer boven water komen

na de vlinderslag.

Zullen we nog slechts halfslachtig spartelen bij het vollopen van de longen.

En van alles wat ophoudt

– de terugtocht van het water,

het opdrogen van de uitgelopen mascarawangen,

het hopen op een boze droom –

van al die dingen het rimpelen pas als laatste.

 

Wanneer de warmte uit ons trekt,

we kleur en spierspanning verliezen,

voorgoed verstijven in herinnering,

loopt de keukenwekker af in een huis

dat geurt naar schepsnoep en waterverf.

Schuift moeder de diepvrieslasagne op gretige kleuterborden.

Goede raad komt hier voorverpakt en in laagjes,

zoals moeder handdoek, zwempak en badmuts opstapelt in een rugzak.

Vanavond is er zwemles om alvast te leren drijven.