achter haardoor Anna Verbeeck

Soet 2017
15-17
liefde

voor trage woorden

zijn er mensen die ze voorbij

lopen

voor harde woorden

ben jij er

om ze op te rapen —

tot de zachte kiezels van de ondergrond

je woelige hart

verzoenen met 

eeuwenoude zachtheid

van enerzijds verlangen

vooral verdriet —

hoe kan dat nu

vertel mij eens

dat jij die wegen zo vaak

hebt doorkruist

en ze 

nog steeds

niet weet liggen —

je had beter eerst op de grond

leren wandelen

dan op de lengtes 

van haar lichaam

dan was je nu misschien

niet zo verloren —

hoe kan dat nu 

vertel mij eens

dat jij na al die woorden

die je bijeen gesprokkeld hebt

nog steeds geen zinnen kan vormen om

het juiste te zeggen —

zou het dan kunnen zijn

dat jij niet voor het leven gekozen hebt

maar voor dat van een ander

van diegene je keer op keer

achterna hebt

gekropen

tot je

enkel nog te bespeuren was

net boven de horizon

als een 

fata morgana

hopend dat misschien deze keer

het je botten

niet zou breken 

dat het

nu net

geen pijn meer zou doen —

maar dat deed het wel

zo-lang dat

je ogen nu niet meer staren

zonder haar te zien

zo-lang dat je buik enkel nog gromt

wanneer het snakt naar dat 

onuitstaanbaar 

verrukkelijk gevoel

van —

zij

en hoe zij

haar bestaan 

zo-onopgemerkt heeft achtergelaten

op elk kleinste deel

van wat jou, jou maakt —

alleen zij 

zijn de woorden die je nog kan oprapen

waarvan je gebroken ribben

het toelaten te bukken

te vallen —

telkens weer opnieuw

hopeloos 

verloren te lopen 

zolang ze maar dat ene woord kunnen vormen

dat alles lichter maakt

van datgene dat het heeft veroorzaakt —

als je nog kon schreeuwen zou je dat doen

zo luid 

dat iedereen er

verliefd op zou worden

dat zelfs de bomen 

hun kruinen zouden draaien 

om te zien wat jij

zo vastberaden

nooit zal loslaten —

zij