De dokter die zijn praktijk niet kende door Michiel Willems

Soet 2019
18+
maatschappij

Boudewijnlaan.

Zijn praktijk in de Boudewijnlaan bestond al zeven jaar. Noch vader, noch moeder was dokter geweest. Niemand in zijn familie, voor zover hij dit wist. En voor zover dat hem kon boeien. Zeven jaar geleden studeerde hij af, richtte zijn praktijk op, en praktiseerde. Praktiserend dokter. Bestaan niet praktiserende dokters? Kon hij dat worden? Hij ging verder met zijn dag. Vrijdagen waren voor huisbezoeken. Bezoeken aan huis. Zoals pizza die aan huis geleverd wordt, maar dan anders.

 

Wraapstraat.

Zijn eerste bezoek was een nieuwe patiënt. Misschien had hij gewoon nu een dokter nodig, misschien was zijn vorige gestorven en wilde hij een nieuwe. De dokter belde aan. Geen antwoord. Nogmaals duwde hij op het knopje van de bel. Geen antwoord. Hij zag dat het hek naar de tuin openstond en besloot maar langs achter te gaan. Achterdeuren zijn voor goede vrienden. En dokters, dacht hij. Ook de deur daar stond op een kier. Licht aarzelend, maar arrogant genoeg ging hij het huis binnen. Het huis was leeg. Er stonden geen meubels, geen boeken. Er was geen eten en er was zelfs geen keuken. De leidingen waren er wel. Klaar voor hun toekomst. Maar, er was niets. Er was ook niemand, en er was een rare geur, dat wel. De dokter belde dan maar naar zijn nieuwe patiënt. Antwoordapparaat. Dan maar op naar het volgende huis.

 

Gonkerweide.

Zijn volgende stop was een hoeve op het platteland. Hij belde aan. Alleen de hond blafte. Er deed niemand open, hij belde nog eens. Hij hoorde de bel niet, maar die moest wel gegaan zijn. Want de hond blafte. Hij besloot op het raam te kloppen. Misschien klopte hij toevallig op het raam van de living en zat daar de patiënt en deed die open. Niemand deed open, enkel de hond verscheen van achter het gordijn. Het was een Duitse herder. Hij blafte, maar na een tijdje stopte hij. De dokter gaf het op, en reed maar door naar een volgend thuis.

 

 

Bervrietvaart.

Nog voor hij de oprit opreed, kreeg hij een sms. “Niet meer nodig. Bervrietvaart.” Afgezegd. Hij vond het niet erg. Nu kon hij eerder naar huis, terug naar de Boudewijnlaan. Hij twijfelde even, of hij zou stilstaan bij wat er vandaag nu eigenlijk gebeurd was. Was het een gekke dag? Zijn twijfel zette hij aan de kant. Niet nu. Hij reed verder naar huis, parkeerde zijn wagen en hij sloot zijn voordeur. Zijn vrouw was op weekend en hij had zin in iets lekkers. Hij belde naar een restaurant in de stad, en ging er met de fiets naartoe. Door de achterdeur naar de garage, langs het hekje, fietsend naar een menu. Was hij het hekje niet vergeten sluiten?