Vogelnestdoor Evelien Feys

Soet 2019
18+
emoties

het moment waarop ik wist dat het voorbij was

was toen hij me zei dat ik goed kon dansen

en ik in zijn ogen zag dat hij het meende

 

dit verhaal gaat over de man die van mijn bed een nest maakte

maar eigenlijk nog een jongen was

die dacht dat de vogels ’s morgens 

speciaal voor hem begonnen te zingen

 

ik zong ook voor hem

dat had hij graag 

en dan loog ik dat het over hem ging

en dan zei hij dat hij van me hield

en op zo’n moment is elk antwoord een leugen

 

de laatste keer dat ik hem kuste

kuste hij me zoals hij dat altijd deed

eerst te traag en samengenepen

en uiteindelijk te lang alsof hij bij het waken

de slaap nog even tegen zijn borstkas wil drukken

 

het was een dag waarop de zomer laag in de straten hing

en muziek door de lucht trilde, op het podium een vrouw

met een stem die even goed Sirene als Muze kon zijn

 

“dat is nu toch echt een prachtige vrouw”

zei hij, terwijl hij naast me stond

ik knikte instemmend en later die avond

wanneer we vreeën

dachten we allebei aan haar

 

het moment waarop ik wist dat het voorbij was

ben ik twee weken lang vergeten

tot het me plots te binnen schoot

terwijl ik mijn oksels stond te scheren 

en het haar in de gootsteen weg zag spoelen

ik besloot het over precies twee weken te doen

zelfs bij mensen die je niet graag ziet is zoiets moeilijk

 

terwijl híj dan

als een vogeljong in mijn nest bleef zitten

niet eens dacht aan er vandoor te gaan

met een andere vrouw

of een man, als het echt moet

nee, hij zat daar 

te wachten

zoals hij altijd zat te wachten als we zouden vrijen

maar dan wel met kleren aan

 

toen ik nog probeerde om verliefd op hem te worden

schreef ik zijn naam opnieuw en opnieuw na elkaar in een schriftje

zoals je op de lagere school een letter heel vaak moet schrijven 

om het goed te kunnen

ik probeerde gedichten over hem te schrijven

maar de beelden bleven steken als wespen in augustus

in proza noemt men poëzie een stijlfiguur

 

hij zat daar te wachten

in mijn bed

in zijn nest

en ik brak zijn jonge vogelhart

met mijn zachte handen

die niet gemaakt zijn om dingen te bouwen

laat staan om af te breken

 

het moment dat het voorbij was

was ik bang dat hij zou huilen

zou smeken zou barsten

dat mijn nee een misschien zou worden

ik heb een zwak voor uitstelgedrag

maar hij deed het niet

en langzaamaan stierf het nest af

 

ik hoop dat ik van hem geen man gemaakt heb

dat hij nog altijd denk dat de vogels 

speciaal voor hem zingen

dat hij nog steeds kan wachten

in kleermakerszit

 

op een bed dat niet het zijne is