Woordenlakensdoor Carlotta De Cooman

Soet 2019
15-17
bitter

ik ben een beddichter

mijn lakens vormen een tent

waarin ik woorden plooi

zinnen verzinsels hersenspinsels

hele verhalen of beelden

die me die dag verveelden

 

de slapende kat

terwijl ik als een zombie

mijn knusse nest twijgje per twijgje afbrak

ze vangt graag vroege vogels

maar aan nachtraven raakt ze niet

 

ik deed alsof het doordeweekse slaaptekort

niet meer was dan de vlek

die koffie op mijn pasgewassen kussen had gemorst

vervelend maar afwasbaar onder de douche

net zoals die blauwe wallen

eigenlijk best verdoezelbaar

 

alweer lieg ik mezelf voor

dat mijn bed een slaapburcht is

beschermd tegen wifi en Netflix

waar ik de beste koopjes fiks met Klaas Vaak

een prima handelaar

vermoeidheid kun je inruilen voor dromen en gele korrels op je traanheuveltoppen

 

helaas ligt de oude man op sterven

hij rochelt het strand in een treurig lied op het behang

een klare blik

nette pyjama's en een kopje onmorsbare koffie

dingen waar ik wel van

maar niet over droom

 

dus plooit mijn eivol hoofd woorden in de lakens

zinnen verzinsels hersenspinsels

beelden of hele verhalen

die zich onmogelijk in nachtrust kunnen vertalen

ze ademen warm uit op mijn wakkere huid

een pikzwart vederkleed

zoals dat bij nachtraven heet

om die reden wegen mijn dekens 's ochtends zo zwaar

en word ik overdag achtervolgd door een spoor van teleurstelling en zwarte pluimpjes

 

ik ben nu eenmaal beddichter

chronisch koffiemorser

hartgrondig huisdierbenijder

en voortdurend in de rouw om mijn zandman

met wie ik ooit de lakens deelde