Tuimelende klinkerdoor Brice gabiro

Soet 2019
18+
emoties

“Wat zeg je?”

“Sorry ik heb je niet goed verstaan, kan je dat even herhalen?”

“Wablief?”

 

Mensen vinden dat ik stil ben, dat mijn letters klankloos zijn.

Ze zeggen dat ze mij niet verstaan, dat mijn woorden hen niet bereiken.

“Watte?” “Wat heb je gezegd?”

 

Daar is het weer, een vraag naar verduidelijking.

Een verzoek om luider te praten, om mijn mond wijd open te zetten en mijn klank te laten weergalmen.

Een verzoek om mijn stilte te laten vallen en hen te vergezellen in een symfonie van gebrul en getier, want mijn stilte is een gat in hun geluid en dit proberen ze tevergeefs te sluiten.

Ze kijken mij aan met verwarde blikken, opgetrokken schouders, en open handpalmen.

Enkel en alleen maar om hun onbegrip voor mijn woorden te laten blijken.

 

Zo blijft het doorgaan, het constant terugkeren van hun vragen.

Vragen die vragen voor een herhaling van mijn vraag die eigenlijk geen vraag was maar een zin die nooit is aangekomen.

Vragen die mij met elke vraagteken dieper en dieper terugduwen naar een duistere plek.

Een plek waar ik machteloos moet toekijken hoe mijn woorden zich voortbewegen, in kleine groepen hun koppen bij elkaar steken en zinnen trachten te vormen.

Maar ieder probeersel loopt drastisch af want de woorden zijn niet meer dan gedrochten.

Woorden die op niets slaan, woorden die er maar voor de helft staan, woorden die uit elkaar vallen.

Het is een treurig tafereel dat ik moet aanschouwen, want ik kan ze niet helpen. Ik ben gebonden aan de grond, mijn lippen gezegeld door de schaamte, mijn tong gedroogd door de twijfel.

IK

Ben gebonden aan de grond.

Terwijl zij zich voortbewegen naar mijn mondholte, met hun scherpe ‘k’s en hun gladde ‘s’ en, allemaal mooi naast elkaar, geduldig aan het wachten op de samensmelting die van hen een geheel zal maken, een prachtig geheel, een antwoord op de vragen.

 

Maar ze blijven wachten want met elke “Wablief” wordt het moeilijker om de letters te zien,

Met elke “Wat zeg je” wordt het moeilijker om de woorden te combineren,

Met elke vraag wordt het moeilijker om een antwoord te formuleren.

 

Dus blijven ze daar maar staan, met hun puntige ‘i’s en hun bolle ‘o’s, wachtend op de versmelting die van hen een geheel zal maken.