Kustlijnedoor Doreen Hendrikx

Soet 2019
18+
maatschappij

 

Ik schrijf je naam op de kustlijn en geef het zo aan de sterren mee, want enkel de zee reflecteert wat jij verteert als je naar de horizon staart.

Er is geen kaart, geen weg uitgestippeld en toch voelt het alsof ik trippel op perkament in een fles, drijvend, SOS.

 

Maar hoe? De oceaan is mijn kladschrift, de kustlijn slechts een kantnota in mijn vingertoppen gegrift. Ben jij dan een voetnoot? Of misschien een tussenkop waar ik voor sta en als een tsunami onvermijdelijk op afga. Verwoestend misschien, maar er is ook een grote opklaring te zien in mijn wolkenhoofd dat op gebroken harten is gebouwd. Het voelt half verdoofd, maar nog steeds vertrouwd ook al zakt het langzaam in het andermans zand.

 

Dat van mensen die niet geloven dat ik de kust een lijn kan geven. Maar met krullen en punten, schelpen en stenen, illustreer ik mijn hart voor eender wie het wil lezen

Want volgens hun is ‘ons’ maar een fase.

Volgens hun is onze liefde voor dwazen.

Volgens hun is dat allemaal te bepalen,

Volgens hun stel je bij zij en zij samen beter perken aan palen

Ook al is het iets dat je aan de golven moet overlaten.

 

Het is makkelijker om aardbevingen te laten beslissen, dan te vertrouwen op liefde, op gezond verstand. Dat is al even overmand als het vasteland met dromen. Eb is stug, maar de vloed zal weer komen, de golven zijn vlug, vluchtig als de mist die erop meedeint, waar jouw naam in wegkwijnt. Dat is geen kustlijn waar ik op kan schrijven, dat is een kantnota waar lijken bovendrijven.

 

Ik zie je naam pas niet meer staan als jij het bloed van de laatste visser ziet. Het is vloed en de kustlijn is gewist. De cirkel is rond, maar ik wil hem breken. Er een dijk voor steken zodat zode die de zee stelt het zand niet bereikt en de golf niet over je naam drijft.

 

Maar het is de zee en de golven blijven stromen. Dus ik hoop dat met wat er overblijft, ik kan blijven dromen, of wij samen kunnen blijven staan op de rotsen die de golven trotseren. De eb zal mij niet leren, niet verbeteren, want dit ‘wij’ is geen fase die het tij kan keren.

 

Als ik de zee ben, en de kustlijn is mijn kantnota, dan ben jij de visser op de stijger, tot je knieën diep in zeezout. Die liefde voelt vertrouwd.