zonder titeldoor Nic Castle

Soet 2019
18+
verdriet
In de boom hing een excuus

we zongen er een gezicht aan,
een los zwaaiende arm,
een takje in het haar.

Aan de arm regen we aders en
huid, wat vlees voor de vingers,
stempelden met bladnerf voor profiel.

We zongen hoger. Het kreeg oren
van vlindervleugels en een
voorhoofd albasten. Ogen van regendruppels
staken zichzelf een waas. Wat
heeft een gezicht nodig om gezicht te zijn?
Het vel bladderde dus we behingen
het met olijvenhuid, deukbaar
maar robuust. De ogen
regenden weg; we staken er naalden in.

Toen het zuchtte weefden we
een tong van gras.

We vlochten takkenarmen tot een omhelzing
als gaas. Het opende de mond.
Het jammerde de nacht door.