Fietskinddoor Amber Van Bocxlaer

seizoen 2013-2014
12-14
zoet

Wat een weer, wat een weer denk ik telkens weer.
Regen valt op mijn neus, op mijn wang, op mijn oor
en toch fiets ik door.

Wat een weer, wat een weer denk ik elke keer.
Ik fiets door de sneeuw. Het is spiegelglad.
Boem patat op mijn gat!

Wat een weer, wat een weer denk ik telkens weer.
Waait de wind stevig langs voor
dan moet ik trappen hoor.
Heb ik hem in mijn rug
dan ben ik snel weer terug.

Vandaag schrok ik me een hoedje,
de zon scheen op mijn snoetje.
Dat gevoel was oh zo fijn.
Zo mogen er meer dagen zijn.

Maar kom,
fietsen doe ik door weer en wind.
Ik ben een echt fietskind.